• COR Schetsbeeld2

    Klachten

    welke en voor wie?

06 340 635 78 | mesologie@live.nl       

Lyme diagnostiek

De diagnose bij lyme-borreliose wordt gebaseerd op de aanwezige symptomen in samenhang met aanvullend onderzoek. Vaak kan niet met zekerheid worden vastgesteld of er een borreliabesmetting is of is geweest. Uit de combinatie van de gegevens uit anamnese en onderzoek wordt een (waarschijnlijke) diagnose opgesteld.

Aanvullend onderzoek bestaat uit serologisch onderzoek, onderzoek op co-infecties, liquoronderzoek, psychiatrisch onderzoek, neuropsychologisch onderzoek en eventueel beeldvormende technieken als MRI. Er zijn geen betrouwbare testen die de diagnose kunnen bevestigen of uitsluiten. De aanbevelingen over het gebruik van de testen en de daaraan te verbinden conclusies verschillen in de verschillende protocollen (o.a CBO, ILADS.)

De testen die worden gebruikt zijn in te delen in directe en indirecte testen of andere testen. Hieronder volgt een lijst met de meest gebruikte testen.

1. Indirecte testen, deze testen op antilichamen in het serum

  • ELISA (enzym linked immunosorbent assay)
    De test toont antilichamen in het serum aan. Er moet apart worden getest op de verschillende immunoglobulines. Er zijn dus IgM en IgG ELISA testen.
  • Western Blot
    Hier worden stroken met antigenen in een testkit geplaatst. Op de plaatsen waar zich antigenen van de Bb bevinden, onstaan banden. De banden worden vastgelegd bijvoorbeeld als p34. De p is van proteïne, p34 is het antilichaam tegen OspB (outer surface proteine B, welke zeer specifiek is voor lymeziekte). Ook hier zijn verschillende testen nodig voor verschillende immunoglobulines.
  • Onderzoek van Cerebrospinale vloeistof (CSF)
    Behalve het serum kan ook de CSF getest worden op antilichamen. Dit is ook een indirecte test. Het geeft vaak vergelijkbare restultaten als de serologietesten. Het geeft wel een indicatie van de functie van de bloed-hersenbarrière indien er een verhoogde proteïene en albumine concentratie in de CSF is.

2. Directe testen

  • PCR (polymerase chain reaction)
    Hierbij worden lichaamsvloeistoffen onderzocht op DNA van de Bb. In aanmerking komen ( in volgorde van meest naar minst waarschijnlijke) synovia, synoviale vloeistof, cerebrospinale vloeistof, urine en bloed.
  • PCR kan ook worden uitgevoerd op biopten uit de erythema migrans, blaas, slijmvliezen van sinussen, spiervezels of peesweefsel.

3. Kweken van weefselbiopten van huid, synovia of cerebrospinale vloeistof (CSF)

Kweken van de Bb in een laboratorium is moeilijk en tijdrovend. De labarotoriumomstandigheden zijn moeilijk constant te houden, en de replicatietijd is lang (12 tot 24 uur).

4. Immunologische markers

  • De bloedwaarden van CD57+ en C4a kunnen een indicatie zijn voor een borrelia-infectie en de fase waarin de borreliose zich bevindt. CD57+ cellen zijn een groep van NK-cellen (natural killercellen). Als de waarde erg laag is bij een chronische borreliose, zijn er in het algemeen veel meer co-infecties en andere tekenen van immuundeficiёntie aanwezig.
  • Een hoge C4a-waarde (een complementfaktor) is een vroege marker voor lymeziekte, waarbij vooral spier- en gewrichtsklachten voorkomen.
  • De hoeveelheid cytokinen zijn door de (chronische) ontsteking vaak sterk verhoogd. In de acute fase is vooral de Th1 activiteit verhoogd. Later wordt er relatief meer Th2 activiteit gezien. De Th1-cellen produceren Interleukine 2, Interferon-alfa en Tumornecrose faktor-beta.
Bovengenoemde testen (1-4) worden in de reguliere geneeskunde gebruikt.

5. Darkfield Microscopy op vers bloed

Dit is een onderzoek dat in de complementaire gezondheidszorg soms wordt gebruikt. Het is ook wel bekend als levend bloed analyse. Volgens dr. Hopf-Seidel, van het Borreliose Centrum Augsburg (Duitsland), kan de techniek van groot nut zijn bij het vaststellen van aanwezigheid van Borrelia-spirocheten, maar ook van andere pathogenen (co-infecties) en zware metalen.

Serologie

Serologische testen tonen antistoffen in het bloed aan en niet de bacterie zelf. Het hebben van antistoffen betekent niet noodzakelijk dat men ziek is of zal worden. Ook het ontbreken van aantoonbare antistoffen bewijst niet dat men niet besmet kan zijn. De reden hiervoor kan zijn dat het bloedonderzoek vroeg in het ziekte proces is uitgevoerd. De antistoffen worden pas na enige tijd in zodanige hoeveelheden aangemaakt, dat ze meetbaar zijn. Een andere reden kan zijn dat door vroeg toedienen van antiobiotica, de immuunrespons wordt onderdrukt, en dan wordt de aanmaak van antilichamen geblokkeerd.

Betrouwbaarheid van de tests

Aangezien de tests niet zijn gestandaardiseerd, kunnen de testuitkomsten van verschillende laboratoria onderling aanzienlijk verschillen. Een ander probleem is dat de serologische tests voor Borrelia in een aanzienlijk deel van de gevallen fout-positief zijn: de test is positief terwijl er geen antistoffen tegen Borrelia zijn (er is dus geen sprake van lyme-borreliose). Er zijn dan andere antistoffen aanwezig die lijken op die van de Bb. Vaak wordt daarom een positieve test bevestigd op DNA-niveau met behulp van een polymerase-kettingreactie (PCR).

Problemen bij testen

Er zijn een aantal problemen bij de diagnostiek van Lymeziekte.

  1. Geen enkele (serologische) test is bij benadering 100% betrouwbaar
    De ELISA en Western Blot test op bepaalde antigenen van de Bb wordt getest. De Borrelia heeft echter verschillende soorten, welke verschillende antigenen bezitten. Bovendien zijn de spirocheten in staat om hun oppervlakte eiwitten(antigenen) telkens te veranderen. Er moeten dus steeds andere serologische testen gedaan worden met de veranderden antigenen.
  2. Het kweken van de borrelia-bacterie in laboratoria is erg moeilijk
    De replicatietijd van borrelia-spirocheten is veel langer dan van andere bacteriёn, namelijk 12 tot 24 uur. Daar komt bij dat de BB in een zuurstof arme omgeving leeft. Het is in laboratoria erg moeilijk om de omstandigheden constant te houden. De Bb past zich bovendien voortdurend aan aan de omstandigheden, dus de gekweekte Bb kan verschillen van de Bb in vivo.
  3. Er kan sprake zijn van seronegativiteit, terwijl er wel een besmetting aanwezig is
    De Bb heeft veel ontwijkingsmechanismen, en misleidt het immuunsysteem. Als het immuunsysteem de Bb niet herkent, worden er ook geen antistoffen gemaakt. Ook kan het immuunsysteem teveel verzwakt zijn om antistoffen te produceren. De leucocyten zijn vaak één van de eerste weefsels die worden aangetast door de Bb. Ook bij vroege behandeling van de ziekte kan de antistof respons afwezig blijven.
  4. De meest gebruikte testen zin serologische testen
    Spirocheten zoals de borrelia, bevinden zich echter maar zelden in het bloed. Ze verplaatsen zich wel eens via het bloed, maar ze leven er niet.